Een paar jaar geleden kreeg i
k van een vriendin bijenwasdoekjes die ik in plaats van plastic folie kon gebruiken voor het afdekken van schaaltjes en voor het bewaren van groente en fruit, goed voor het reduceren van plastic zei ze… De doekjes hadden leuke patroontjes, maar ik vond ze maar wat onhandig, ik kon niet zien wat er in de schaaltjes zat en daarbij moest ik ze ook nog afwassen na gebruik (nog meer werk!). Ze hebben vervolgens dan ook een jaar in de kast gelegen, maar zijn nu niet meer uit onze koelkast weg te denken. Het duurde blijkbaar even voordat ik ‘klaar was’ om ze te gaan gebruiken, oftewel ietsepietsie moeite wilde doen om het plastic gebruik in ons huis te verminderen.
Ik ben hetzelfde proces doorgegaan met onze vlees-inname. Nu alweer zo’n jaartje of zes geleden kregen we goede vrienden op bezoek die vegetarisch waren en waarmee we aardig wat discussie hebben gehad over de voordelen van vegetarisch eten: dierenleed, milieu en natuurlijk gezondheid. Leuk allemaal, maar daar waren we toen nog helemaal niet klaar voor. Nu is het gebruik van vlees in onze eigengemaakte maaltijden echter verwaarloosbaar, mede dankzij een hele map vol met lekkere (en relatief makkelijke) vegetarische recepten!
Bewustwording en kleine stapjes in de goede richting maken, dat kenmerkt de afgelopen jaren voor mij. Sommige significante veranderingen zijn relatief makkelijk te realiseren als je eenmaal hebt besloten om erin te investeren (zonnepanelen en een hybride auto), maar veel veranderingen kosten meer tijd en moeite, niet alleen omdat dingen daadwerkelijk meer tijd kosten, denk bijvoorbeeld aan het scheiden van afval en minder gebruik van wegwerpproducten (dus meer schoonmaken), maar met name omdat het gedragsverandering vereist en je hier ‘klaar’ voor moet zijn.
Ik ben er bijvoorbeeld ‘niet klaar voor’ om minder vlieguren te gaan maken. Als je in Zuid-Australië woont, je familie aan de andere kant van de wereld leeft, je een baan hebt waarbij internationale bijeenkomsten verre van ongebruikelijk zijn en je passie reizen is (en je dit niet wilt opgeven)….. dan moet je of het vliegtuig pakken of héél véél tijd hebben…. Mijn gedrag veranderen is hier dus vooralsnog een ‘nee’, maar we kunnen natuurlijk wel wat doen. We gaan daarom vanaf nu de CO2-uitstoot van al onze vluchten compenseren: in ruil voor de CO2-uitstoot die wij veroorzaken met vliegen, gaan we projecten steunen waarmee CO2 uit de lucht wordt gehaald. Niet ideaal, maar beter dan niets doen!
Voor kleding geldt dit ook. De kledingindustrie is verantwoordelijk voor meer CO2-uitstoot dan bijvoorbeeld de luchtvaart en voor één kledingstuk worden duizenden liters water gebruikt (7.000 liter voor een spijkerbroek!). Hoewel ik weet dat tweedehands winkelen echt de allerbeste optie is, kan ik me hier niet toe zetten. De kleren die ik ooit tweedehands heb gekocht hangen gewassen en ongedragen in de kast… Wat ik echter wel kan is bewuster winkelen en me meer verdiepen in duurzame merken, iets waar ik aan ga werken in het komende jaar!
Kleine stapjes dus, maar ik doe mijn best. Als iedereen dit zou doen, dan zou het hele mooie grote stap zijn. De grootste stappen kunnen echter alleen worden gemaakt op beleidsniveau. Nederland lijkt het hierin al erg goed te doen. In Australië zijn hopelijk, na deze rampzalige zomer vol met bosbranden, de ogen ook opengegaan!
Tanja
Een paar weken geleden was het schoolkamp van miss L. Dit jaar was het laatste jaar dat er ouders mee mochten. Nou ja ‘mochten’, hulp was zwaar gewenst. De animo van ouders was, zoals misschien wel te verwachten, niet al te hoog. Het vooruitzicht van twee (hele) korte nachten in nogal primitieve omstandigheden was blijkbaar niet woest aantrekkelijk. Eén nacht moest echter kunnen, dacht ik.
In de vierde klas, tegenwoordig groep 6, begon iedereen het scheldwoord ‘sh*t’ te gebruiken. We wisten in het begin niet eens wat het betekende, maar het klonk wel stoer. Onze destijds al wat oudere juf was er zeker niet van gecharmeerd en heeft er echt alles aan gedaan om het gebruik te ontmoedigen, zonder resultaat. Het zit nu zo in mijn systeem dat ik echt niet kan voorkomen dat ik het S-woord gebruik als er wat mis gaat. Dat ik hierin niet de enige ben werd wel duidelijk toen er een Nederlands vriendinnetje op bezoek was die eerst het S-woord zei, daarna miss L heel verschrikt aankeek en zei: ‘sh*t, dat kan ik niet zeggen hè…?’.
Ik besef maar al te goed hoe gelukkig ik moet zijn dat ik in een land als Nederland ben geboren. Het hebben van een westers paspoort opent letterlijk en figuurlijk deuren en betekent dus vrijheid. Niet het soort van vrijheid dat je zelf creëert, maar vrijheid die je in de schoot krijgt geworpen omdat je op de ‘juiste’ plek in de wereld bent geboren. Wat je er uiteindelijk mee doet is natuurlijk een tweede, maar het is wel een erg goede start.
We hebben voor Miss L een aanvraag ingediend voor een Australisch paspoort. Als het goed is mag ze ook van Nederland een dubbel paspoort hebben, iets wat er voor Mr. B en mij niet inzit maar dat is een ander verhaal. Zoals voor veel 9-jarigen is haar droom om ooit naar de Olympische spelen te mogen. Toen ik haar vroeg voor welk land ze dan wilde spelen, kwam er een heel vlot antwoord, Australië natuurlijk. Ze leek verbaasd dat ik deze vraag überhaupt stelde. Ik had in mijn naïviteit een ander antwoord verwacht en moest wel even slikken. Mocht het dus ooit zover komen dan zitten wij, net als de familie van Ted-Jan Bloemen deze week in Zuid-Korea, ook in een andere kleur dan oranje op de tribune..
De kust van Zuid-Australië is het territorium van de witte haai die gemiddeld tussen de drie en vijf meter lang wordt. Hij staat bekend als agressief, maar is niet zo agressief als velen denken en bijvoorbeeld in de film ‘Jaws’ wordt geschetst. Sinds kort volg ik op Facebook ‘Shark Watch South Australia’ waar wordt gemeld wanneer er haaien worden gesignaleerd in Zuid-Australië. Dit gebeurt elke dag. Toch zijn er in heel Australië in 2017 ‘maar’ 19 aanvallen van de witte haai op mensen geregistreerd, waarvan er ‘slechts’ één fataal was.
Het afgelopen weekeinde hebben we bij een nabij gelegen rif (Port Noarlunga) gesnorkeld. Dit rif ligt aan het eind van een pier en strekt zich vanuit daar naar links en rechts uit. We hadden er dus voor kunnen kiezen om naar het eind van de pier te lopen en vanaf daar te gaan snorkelen. In plaats daarvan hadden we echter het plan opgevat om van het strand naar het rif te zwemmen, waardoor we een heel stuk diep water moesten overbruggen. Ik heb mijn angsten wijselijk voor me gehouden maar kreeg het toch wel erg benauwd toen miss L in dit diepe gedeelte, met haar zwarte shirtje begon te duiken en koprollen te maken. Ik kon de gelijkenis met een zeehond niet uit mijn hoofd zetten. Ik was dan ook zeer opgelucht toen we bij het rif waren, waar het ondieper was en veel andere snorkellaars (lees voedingsbronnen ;)) waren.
Het enige huis met een zwembad dat ik kende in het stadje waar ik ben opgegroeid was van de burgemeester. We kwamen er zondags langs als we naar mijn oma fietsten, het was een witte villa. Je kon het zwembad niet zien liggen maar het heeft me altijd geïntrigeerd en ik kan nog steeds niet langs dat huis rijden zonder aan dat zwembad te denken.



